Rob Verkerk: ‘Maritiem masterplan loopt vertraging op door gemiste subsidie, maar we geven niet op’

Rotterdam

09.05.2022

Alle sectoren

De uitvoering van het Maritieme Masterplan, dat de energietransitie in de sector moet versnellen, heeft fikse vertraging opgelopen. Gerekend was op een bijdrage van 366 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds, maar die kwam er niet. ‘Maar de ambitie blijft’, zegt voorzitter van Nederland Maritiem Land (NML) Rob Verkerk.

 

Het Maritieme Masterplan is een van de vijf prioriteiten van de Maritieme Raad. Die bestaat uit voorzitters van de maritieme brancheverenigingen en CEO’s van grote maritieme bedrijven. Allemaal zijn ze aangesloten bij Nederland Maritiem Land (NML).

Emissieloze schepen

Het masterplan voorziet in de bouw van 50 emissieloze schepen, die voor 2030 in de vaart moeten komen. ‘De scheepvaart is mondiaal verantwoordelijk voor 3% van de CO2- uitstoot en dus moeten we verduurzamen’, zegt Verkerk. Essentieel in dit plan is cofinanciering door de overheid via het Nationaal Groeifonds. Maar dat geld kwam niet. ‘Dat zagen we echt niet aankomen en ik ben er ook zeer teleurgesteld over.’ Er werd 366 miljoen euro gevraagd. ‘Met cofinanciering van de overheid wordt het voor andere partijen gemakkelijker om te investeren. Nu is dat vaak een fiks bedrag, omdat bij de introductie van nieuwe technologieën wordt vooruitgelopen op de marktvraag, waardoor de kosten voor de baten uitgaan. Zo zijn de risico’s voor private marktpartijen te groot om alleen te dragen. Daarom zal een versnelling van de energietransitie binnen de maritieme sector vooralsnog niet aan de orde zijn. Terwijl de klimaatverandering daar wel om vraagt en ook onze internationale concurrentiepositie vereist dat we het been bijtrekken in vergelijking met andere landen.’

Voorbeeldschepen

Het plan was om 20 voorbeeldschepen te bouwen voor Rijkswaterstaat en Defensie en 30 voor civiele reders. ‘Naast de 366 miljoen euro vanuit het Nationaal Groeifonds zou er dan ongeveer een miljard euro vanuit de sector ingestoken worden.’ Het geld kan nog wel de kant van de maritieme sector opkomen. Begin volgend jaar moeten de aanvragen voor ronde drie van het Nationaal Groeifonds worden ingediend. ‘We gaan om tafel met de commissie en willen graag weten waaraan het ontbrak in ons voorstel. Voor een deel hebben ze dat ons al laten weten. Het was niet concreet genoeg en ze gingen niet altijd mee in onze aannames. ‘Als we de verduurzaming van de sector belangrijk vinden en als land niet achterop willen raken, dan is deze subsidie cruciaal.’

Personeelsgebrek

Een andere prioriteit van de Maritieme Raad is de verbetering van de personeelsvoorziening in kwantiteit en kwaliteit. Dit was ook onderdeel van de afgewezen subsidieaanvraag. ‘De scheepvaart is een vergrijzende sector. Het lukt maar niet om genoeg aanwas te vinden van de juiste kwaliteit of om het personeel voor de sector te behouden. Daarnaast moet de kennisontwikkeling bij het personeel gelijke tred houden met de nieuw te ontwikkelen duurzame technologie. ‘De geringe toestroom van jongeren heeft meerdere oorzaken. Het imago van de sector is, dat het een mannenwereld is met weinig ruimte voor diversiteit. Dat het vies en ruw werk is en vaak ver en lang van huis. Dat beeld is echter voor een belangrijk deel achterhaald. Bovendien is de sector zoveel breder dan alleen het varende deel. Er is voor ieder wat wils, afhankelijk van je opleidingsniveau, ervaring, ambitie en levensfase.’

Niet inclusief genoeg

Verkerk wijst er ook op dat het vooral witte mannen zijn die werkzaam zijn in de sector. ‘Het lukt ons onvoldoende om ook andere doelgroepen aan te spreken. Er is weinig diversiteit in het personeelsbestand. Zijn we wel inclusief genoeg? ‘Daarnaast is de drempel vaak te hoog. Uit mijn tijd bij de mariniers weet ik nog dat het leek alsof je, om marinier te worden, als sollicitant al bijna marinier moest zijn. Dat schrikt mensen af, omdat de lat onnodig hoog wordt gelegd. Dat werkt bij bedrijven hetzelfde. De drempel moet waar het kan echt omlaag. We zijn niet in de positie om eisen te stellen die niet strikt noodzakelijk zijn. Misschien moeten we meer bezien hoe we het werk kunnen aanpassen aan het aanbod uit de arbeidsmarkt, om op die manier “verborgen” arbeidskrachten aan te trekken.’ De arbeidsmarkt is volgens Verkerk een onderwerp dat zich uitstekend leent voor een sectorbrede aanpak. ‘Er zijn soms wel initiatieven vanuit individuele branches en bedrijven. Maar de problemen waarmee we ons geconfronteerd zien, vergen een integrale, sectorbrede aanpak. Dat is veel effectiever.’ Daarom wordt nu in opdracht van de Maritieme Raad een plan van aanpak geschreven. ‘De beste manier om dit op te lossen is een goed plan en consensus over wat er nodig is. Samen staan we sterk en kunnen we werken aan een lange termijn-oplossing.’

Perspectief bieden

Een concreet voorbeeld van wat er moet veranderen om personeel aan te trekken is imagoverbetering. ‘Afhankelijk van de levensfase waarin mensen verkeren, willen ze minder vaak lang van huis zijn. Er zijn binnen de maritieme sector ook veel banen aan de wal. Geef mensen dat perspectief. De maritieme sector is breder dan alleen scheepvaart en heeft veel te bieden. Bovendien: wat is nou mooier dan werken in een sector waarmee Nederland, maritiem handelsland, groot is geworden? Een sector die voor een belangrijk deel voorwaardelijk is voor de rest van het verdienmodel van Nederland en Europa.’

Roomser dan de paus

Een volgende prioriteit is het creëren van een gelijk speelveld en goed vestigingsklimaat. ‘We zijn in Nederland soms roomser dan de paus. Ik zal een voorbeeld geven: we dreigen regelgeving te omarmen waardoor we strikter worden dan andere landen in Europa waar het gaat om het uitstempelen van zeevarenden. Dit geeft veel rompslomp voor schepen die vanuit Nederlandse havens vertrekken. Hierdoor maken we het voor reders onaantrekkelijker om Nederlandse havens aan te doen, waardoor ze uitwijken naar andere Europese havens. Daarmee zetten we onszelf buitenspel. Dit is door de reders, waterbouwers, havens en maritieme maakindustrie al aangekaart bij de overheid. Maar nu we onder de paraplu van NML samen aan tafel zitten, kunnen we harder aan de bel trekken. Het is enerzijds goed om als gidsland het beste jongetje van de klas te willen zijn, maar niet als je jezelf hierdoor onevenredig benadeelt.’

Dan nog even terug naar dat gelijke speelveld. ‘Het is bijvoorbeeld moeilijk concurreren met China, waar schepen veel goedkoper kunnen worden gebouwd dankzij staatssteun. En waar we alleen toegang krijgen tot hun interne markt indien we onze technologie overdragen. Daar gaat het ook over wanneer de Maritieme Raad bijeenkomt. Dan komen ook tegengestelde belangen aan de orde. Nederlandse werven zien met lede ogen toe hoe schepen worden besteld in China. Dat zijn interessante discussies.’

Luchthaven op zee

Een opvallende prioriteit van de Raad is drijvende infrastructuur. Verkerk legt uit: ‘Iedereen die de krant leest of televisie kijkt, weet dat de zeespiegel stijgt. Het risico bestaat daardoor dat we, naast het treffen van beschermende maatregelen, ook naar de zee zullen moeten uitwijken. Zo zijn er bijvoorbeeld ooit al plannen voor een luchthaven op zee geweest. Wij denken dat het vanwege de klimaatverandering denkbaar is dat we steeds meer activiteiten naar zee verplaatsen om meer ruimte op het land te creëren. Het is met zoiets baanbrekends goed om daarover aan de voorkant te filosoferen en vroegtijdig kansen te onderkennen en wat ervoor nodig is om die te benutten. Dan kunnen mensen wennen aan het idee.’ Nederlandse werven moeten met lede ogen toezien hoe schepen worden besteld in China.

Maar is er wel plek op de Noordzee? ‘Die wordt inderdaad steeds voller. Dat sluit ook goed aan bij de vijfde prioriteit: veiligheid (Safety & Security). Dat is een van de hoofdonderwerpen voor onze bijeenkomst van juni. Onder andere Marin-directeur Bas Buchner zal daar vertellen over de proeven die daar zijn uitgevoerd met “vangrails” op zee. Met meer windparken op zee is de kans immers groter dat er een schip tegenaan vaart. Het aantal schepen op de Noordzee neemt ook nog steeds toe.’

Touwtrekken in Den Haag

Het moge duidelijk zijn: de Maritieme Raad heeft veel plannen en een visie op de toekomst. Maar wat gaat er nu echt veranderen, behalve het uitspreken van die doelen? ‘Dat is een terechte vraag, want zoals Goethe al zei: “Erfolg hat drei Buchstaben: Tun”. Plannen zijn mooi, maar er moet ook wat gebeuren. Behalve dat we zelf de handen uit de mouwen moeten steken, gaan we met deze prioriteiten ook naar Den Haag om daar op de deur te kloppen. We willen mensen de urgentie laten voelen om kansen te benutten en uitdagingen te helpen oplossen, maar dat willen andere sectoren ook. Daarom is het soms touwtrekken. Samen staan we daarin sterker. Daarnaast vindt in de Raad ook afstemming plaats tussen bedrijven en brancheverenigingen over wat er moet gebeuren. Daar kunnen ze dan in hun bedrijfsvoering ook naar handelen.’

Kader: Wat is de Maritieme Raad?

De Maritieme Raad bestaat uit voorzitters van brancheverenigingen binnen de maritieme sector en CEO’s van grote maritieme bedrijven. Deze zijn aangesloten bij Nederland Maritiem Land (NML). Voorzitter Rob Verkerk: ‘Voorheen vormde deze groep het Algemeen Bestuur van NML, maar we wilden hier een andere invulling aangeven. In het Algemeen Bestuur ging teveel tijd verloren aan het besturen van de stichting NML. Dat was niet efficiënt, waardoor er te weinig tijd overbleef voor netwerken en het bespreken van de grote lijnen en langetermijnplannen. Daarom is besloten de bestuurstaken bij het Algemeen Bestuur weg te halen en het de Maritieme Raad te noemen. Die taken worden nu gedaan door een kleiner (dagelijks) bestuur.’ De Raad komt eens in de drie maanden bijeen. ‘In die bijeenkomst worden dan bepaalde thema’s besproken. Die gesprekken leiden tot goede discussies. Bijvoorbeeld als er tegengestelde belangen zijn of verschil van inzicht. Maar dat is goed, “want zonder wrijving geen glans”.

Bron: Schuttevaer

Foto: Megin